Colin O’Brien
Clerkenwell Accident, 1957
The website worth1000 has exhibited some weird photographs of celebrities re-imagined as figures in famed renaissance paintings.
Hawk
“Verso Books have offered Rhizome readers in the UK a chance to win a 3D printed Guy Debord action figure.”
Hoe zou, zo vraag ik me af, deze autonome esthetiek sociaal kunnen functioneren? Zou er iemand zijn die denkt dat dit nu al een politiek vers is? Welke relatie onderhoudt het eigenlijk met de wereld? Wordt er met enige conventie gebroken? Ik ben wel bezorgd, niet alleen voor mijn stijl, maar ook voor hoe het nu verder met ons moet. Een instructie tot anders tellen. Weet je Ilja, een instructie tot anders tellen heeft, geloof ik, geen enkele macht. Geen enkele. Ik zeg het je maar. (Vanuit de Reality Studios.)

Adel Abdessemed
De hoofdtechniek die Dara Wier toepast in You Good Thing is duidelijk te zien in onderstaand gedicht, waarin elke regel, veertien in totaal, uit een volledige zin bestaat: juxtapositie op zinsniveau. Het gevaar voor een onsamenhangend verhaal ligt daarbij op de loer. Wier schiet in de bundel ook af en toe uit de bocht. Soms levert de ver doorgevoerde juxtapositie een pareltje van een gedicht op. Wiers gedichten zijn geen bruggen tussen haar gedachten en de werkelijkheid, maar eerder reageerbuizen waarin betekenis wordt gebrouwen.
BEWIJS VAN HET TOENEMENDE GEBREK AAN BEWIJS
Het opgevouwen briefje was in de voering van een jas ingenaaid.
De voering was gemaakt van visschubben.
Jouw testbericht kwam niet door die dag, hoogachtend.
Zich voorbereiden op het gaan aanpakken van wat dwars zit.
Jij wordt een hele beste maat.
Het is in een andere taal, het zijn twee woorden, nogal exotisch.
Dat werd op straat opgevangen.
Wat is er aan de hand met marathons?
Een van hen denkt erover om de trein te nemen en er is er geen.
Dus zegt een man dat het zomer is terwijl het winter is.
Geen reden om daar over te klagen.
Wie niet hoeft te klagen completeert een beeld.
Zijderupsen mopperden dus altijd in de moerbeibomen.
Dat is hun beweging om verloren tijd in te halen.

Dankzij mijn abonnement op alle uitgaven van Wave Books Poetry las ik You Good Thing van Dara Wier. Ik ben aangenaam verrast. Ze slaagt er voortdurend in om me van mijn vertrouwde omgeving te vervreemden en de wereld door andere ogen te laten zien. Ogen die ook niet van haar zijn.
DEZE MACHINE MAAKT FASCISTEN KAPOT
Jouw mieren en mijn mieren troffen elkaar ver weg in de ruimte
Wat me eerst schrik aanjoeg omdat ik vreesde dat ze elkaar troffen
Op de oorlogsvelden. Ik had het mis. Ze troffen elkaar
Om elkaar verhalen over ons te vertellen, ze zijn ongerust. Ze begrijpen
Dat we dingen maken die ons soms kapotmaken. Ze vragen zich af
Wat we denken als we dit doen. Ze hebben gezien
Hoe we zelden goed gebruikmaken van wat we zien.
Ze vragen zich af waarom we amper van onze fouten leren.
Hoe eigenaardig we zijn, mompelen ze tegen elkaar met ontzag
Voor onze roekeloze gewoontes. Het baart ze zorgen dat we zelden
Die ene keuze herkennen waarvan de consequenties niet meer kunnen
Worden teruggedraaid. Hoe schattig lijken onze mieren als ze staan te kijken
Op hun pneumatische onyx poten, gesticulerend om hun dodelijke angst
Voor ons te benadrukken, hoe kunstig hun antennes zijn.

Als de analogie met iemands relevantie voor zijn of haar mededichters voor de hand liggend is, dan luidt de vraag: Overeenkomstig wat?
Met dat wat ik al rijmend van China vind?
De poëzie is een veranderlijke grootheid. Dat realiseerde ik me weer eens toen ik gisteren twee gedichten las die allebei een seizoen bezingen maar in publicatiedatum bijna negentig jaar verschillen. Het oudste gedicht is van S. Bonn en verscheen voor het eerst in 1924. Ik kwam het tegen in de onlangs door NPE uitgebrachte digitale herdruk van Bonns bundel Jonge Mei.
‘T IS LENTE!
Nu bloeit de meidoorn om het huis
de koekoek roept in verre boomen,
bloemen dekken van pad het gruis
de Zon! de lente is gekomen.
Gij wordt genoodigd tot den disch,
gij wordt genood tot komen,
uw zetel staat, uw rustbed is
verscholen achter droomen.
Het jonge licht, de jonge dag
die zullen niet begeven:
kom lief, kom lief, kom mee en lach
om lente in de dreven,
’t is lente in de dreven.
Het andere gedicht is van Guido Utermark en verscheen vorige week bij uitgeverij Leida (wijnandsteemers2009@live.nl) op papier in het chapbook Medewerker beleidsbeïnvloeding. Utermark heeft het over de nazomer o.a.
JIJ STEEKT ALLES OP MIJ
Hij schiet met een waterpistool
naar de zon, die ogen
brandt in dorre bladeren
karmozijnkleurige kevers klimmen
over zwarte bessen
veroorzaken een inzicht
de muziek
techno Vivaldi
stopt niet
postdestinatie
prijsopgave achteraf
De frisse lente en warme nazomer geven aanleiding tot dezelfde tijding: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Bonn brengt dit bericht in een helder, gestructureerd gedicht, terwijl Utermark zich van een troebeler vrij vers bedient. Tussen 1924 en 2013 zit een wereld van verschil.
“Postdestinatie” komt niet in de Van Dale of het Groene Boekje voor, Google geeft een handjevol zoekresultaten. Het begrip staat haaks op predestinatie en betekent nabeschikking, wat in theologische zin wil zeggen dat de mens invloed heeft op zijn eeuwige bestemming, heil of verdoemenis. Met het gebruik ervan geeft Utermark aan zich niet zonder meer te willen rollen in de waan van de dag, maar ook verantwoordelijkheid te voelen voor de dag van morgen. Ergens tussen 1924 en 2013 stierf een geloof.

BENAMING DAARENTEGEN ALS EEN OUD
verborgen en gestorven boerenwoord
is waard dat zij verzameld wordt tot u,
dus breng mij mee de namen uit de streek
zoals daar is ‘t spat-ei oet Gramsbergen,
dat eerste kleine ei dat wordt gelegd,
een ei zonder dooier, ook wel dwirrel-
of dwarreleigien of spoek-ei genoemd.
Alles, echt alles kun je verzamelen, zoals instemmend geknik
van voorouders, omdat het leven kort is, of pelgrimages
uit een combinatie van drift en geldingsdrang, en ook segmenten realiteit
die orde kunnen scheppen in de chaos, oh winziger Mensch.
En spookeieren dus. Als waanzinnig protest tegen de stille veranderingen
die het landschap, getuigenis van jouw bestaan, ondergaat.
Het aantal ex-kankerpatiënten neemt ook in Nederland sterk toe. Eenmaal genezen verklaard, blijkt het vaak lastig om de gewone levensdraad weer te hervatten. Rae Armantrout is zo’n ex-patiënt. In het derde gedicht uit haar nieuwe bundel Just Saying probeert ze om te gaan met psychosociale gevolgen van de ziekte.
OUDERWETS
Trek touwtjes strak aan en
iets als
punten verschijnen weer
in het model.
Vind plaats. Impuls
behouden. Draag
elementair kloon wereld-
interpunctie. Vijandige
foetus. Kanker
is ouderwets.
Onpersoonlijk. Koester
koninklijke aspiraties.
Aspireren
is inademen
en stikken. Niemand
wil dit.
‘Niemand deed me dit
aan,’ schreeuwt
thans blinde cycloop.
Niemands luisteren
blijft behouden.
Eerder schreef ik hier over deze bundel.

Robert Therrien
Conceptueel eerbetoon aan entropie
Het draait om de idee die aan het werk ten grondslag ligt. De uitvoering mag te wensen overlaten. Niemand heeft het echt nodig. Toch is het ook weer niet volkomen waardeloos. Het vertelt ons iets over de verschijningsvormen van het waakse leven, de bedrevenheid van het onbereikbare, de omstandigheden die iedereen deelt, op de een of andere manier.
Uitgeverij Stanza start in samenwerking met de Stichting Nederlandse Poëzie Encyclopedie een nieuwe reeks op, kortweg NPE genoemd. Het doel is om bundels die niet meer verkrijgbaar zijn een tweede leven te geven. De stichting brengt een e-book uit, dat op de website van NPE gratis kan worden gedownload, Stanza een papieren versie, die via haar webwinkel kan worden aangeschaft. Het zal om een flink aantal bundels per jaar gaan.
Het eerste deel is onlangs als e-book verschenen, de papieren versie wordt momenteel voorbereid: Revèlje van Leo Lens, dat in 1934 zijn eerste druk beleefde. De bundel bevat 25 “roffelrijmen” en geeft een prachtig tijdsbeeld.
VERKEERSWEG-INSECT
In een zwierige stand,
met het stuur in één hand,
stuift hij voort op z’n keiharde banden,
en hij tipte met de teen
van z’n achterste been,
sist een snijdend signaal door z’n tanden,
wijst naar links, - schiet naar rechts,
op het nippertje slechts
langs het wiel van een daavrende wagen …
Trekt een bek naar de deur
van de woeste chauffeur,
zakt in hurkzit met kenlijk behagen,
schikt omhoog, - in een boog
voor ‘t verkeersagents-oog
dwars door al wat van rechts komt gereden,
neemt een draai door ‘t lawaai
en een sierlijke zwaai
zoo pardoes langs een stoep naar beneden,
kijkt de snoepmevrouw aan
of ze kwaad heeft gedaan,
grabbelt diep in z’n boômloze zakken,
mikt een cent op het blad
en z’n gorige jat
heeft de rossige kleefpijp te pakken …
Zonder bel, zonder licht,
als een schietende schicht
zie je hem voor z’n dubbeltje toeren;
‘t is de schrik der chauffeurs
en der tramconducteurs,
van de menschen, de burgers, de boeren.
‘t Is de straatacrobaat,
die verkeersregels slaat,
‘t is de spottende ordebestrijder,
‘t is ‘t agentenobject,
het verkeersweg-insect,
‘t is de luchtbandenautopedrijder.

Verwachte verschijningsdatum 1 juni 2013, ISBN 9789490401108, 58 blz, € 10,95
Het zou me niet verbazen als Kenneth Goldsmiths Seven American Deaths and Disasters (powerHouse Books, 2013) een bestseller wordt, ook gekocht door mensen die niks op hebben met poëzie. Ik vraag me af wie begrijpt dat dit poëzie is: transcripties van radio- en tv-programma’s waarin live verslag wordt gedaan van de moorden op John F. Kennedy, Robert F. Kennedy en John Lennon, het ongeluk met de Space Shuttle Challenger, de aanslagen op Columbine High School en World Trade Center, en de dood van Michael Jackson. Door en door Amerikaanse tragiek in een handzame, 176 pagina’s dikke pocket voor nog geen twintig dollar. Als verse broodjes over de toonbank wellicht.
Ik ben halverwege gestopt met lezen. De verrassing van Goldsmiths concept is er bij mij wel af. Vanessa Place zei onlangs al: “Kenneth Goldsmith [is now] a part of poetry history.” Bovendien stoorde ik me aan het idee, terecht of onterecht, dat hij met deze bundel ordinair aan het cashen is. Voorheen plaatste Goldsmith het alledaagse in een andere context, waardoor het zichtbaar werd, zich ging onderscheiden. Dat heeft bij het onalledaagse geen enkele zin. Wat ongewoon, abnormaal, bizar is, herken je direct. Daar heb je geen transcriptie voor nodig. Alan Davies: “A concept is a structural device – only. / It takes rather more than that to make a habitable space.”
