Ik ben gedeeltelijk aan ‘t werk, dribbel langzaam in, om medio volgende week, met de nodige reserve, weer fulltime aan de slag te gaan. Vanmiddag nog een rondje gefietst, met lunch in Abcoude. Daarna Franco Moretti’s Graphs, Maps, Trees: Abstract Models for Literary History uitgelezen. Moretti reduceert en abstraheert literaire teksten tot kerndata, die vervolgens, ter verdere analyse, in model - grafieken, kaarten, diagrammen - wordt gebracht. Hij wil afstand tot de data, in de hoop op een beter begrip van de algehele samenhang. ‘A more rational literary history. That is the idea.’

Op Jacket2 vat Dylan W. Krieger het boek samen en probeert enkele van Moretti’s voorstellen ook op poëzie uit. Krieger besteedt jammer genoeg geen aandacht aan de ideeën over vorm als een ‘diagram of forces’, die Moretti ontleent aan D’Arcy Wentworth Thompson (On Growth and Form, 1942) en naar mijn mening bij verdere uitbouw ook interessant voor de poëziekritiek zouden kunnen zijn. Enfin, Thompsons boek staat op mijn verlanglijstje.

'Deducing from the form of an object the forces that have been at work: this is the most elegant definition ever of what literary sociology should be.’ —Franco Moretti
Op 2 februari 2008 werd op 8]q21p\*df!un86> - ‘a blog written by a machine in its own language’ - het eerste onleesbare bericht geplaatst. Ruim zes jaar later komen er nog altijd vrijwel dagelijks berichten bij. Het totale aantal bedraagt intussen meer dan tweeduizend. In een FB commentaar verwijst de Mexicaanse kunstenaar en programmeur Eugenio Tisselli Vélez naar dit blog. Mogelijk is hij ook de bedenker ervan. Het bericht van 21 september jl. luidt als volgt:
1411279241
¬)ø¡Œ”%º‚t›^§·ç›2?O˜f©is©·€»Ô’gþŠ	&lsqauo;/F¡¤â Kš35Âr„ZØ-ÃL×{Ì’P]úNèÚ3 ¨×¨#8VÒúÈVU¡„
posted by machine at 08:00 no comments:
Op een of andere wijze vind ik de vraag of dit gestaag groeiend, verder woekerend blog ook als een kunstwerk kan of zou moeten worden gezien, ongepast, zinloos haast. Misschien wel omdat dit ding niet naar publiek lijkt te talen, hoogst zelden als zoekresultaat zal worden opgehoest, eigenlijk onvindbaar wil blijven. Zou het enig in zijn soort zijn? Hoe vogel ik dat uit?
8]q21p\*df!un86> valt wel binnen Craig Dworkins definitie van ‘uncreative writing’ (in zijn voorwoord van Against Expression: An Anthology of Conceptual Writing): ‘more graphic than semantic, more a physically event than a disembodied or transparent medium for referential communication, [a work] fundamentally opposed to ideologies of expression.’ Schrijven dus, dat louter naar zichzelf refereert.
Dit in zichzelf gekeerde blog is van geen enkel gebruik, is een demonstratie van nutteloosheid die glans krijgt in haar uiterlijke kenmerken, details. Bij nadere bestudering valt op dat de berichten de laatste jaren steeds op hetzelfde tijdstip zijn geplaatst, om 08:00 uur. Ook blijkt het blog niet helemaal onleesbaar; naast de machinetaal wordt het Engels gebezigd. Het profiel onthult dat ‘machine’ ook nog korte tijd twee andere blogs heeft bijgehouden, waarvan er eentje Spaans als voertaal kent. Als je op 8]q21p\*df!un86> op een bericht wil reageren, dien je te bewijzen dat je een mens bent:
Please prove you’re not a robot / Type the text:

Op 2 februari 2008 werd op 8]q21p\*df!un86> - ‘a blog written by a machine in its own language’ - het eerste onleesbare bericht geplaatst. Ruim zes jaar later komen er nog altijd vrijwel dagelijks berichten bij. Het totale aantal bedraagt intussen meer dan tweeduizend. In een FB commentaar verwijst de Mexicaanse kunstenaar en programmeur Eugenio Tisselli Vélez naar dit blog. Mogelijk is hij ook de bedenker ervan. Het bericht van 21 september jl. luidt als volgt:

1411279241

¬)ø¡Œ”%º‚t›^§·ç›2?O˜f©is©·€»Ô’gþŠ &lsqauo;/F¡¤â Kš35Âr„ZØ-ÃL×{Ì’P]úNèÚ3 ¨×¨#8VÒúÈVU¡„

posted by machine at 08:00 no comments:

Op een of andere wijze vind ik de vraag of dit gestaag groeiend, verder woekerend blog ook als een kunstwerk kan of zou moeten worden gezien, ongepast, zinloos haast. Misschien wel omdat dit ding niet naar publiek lijkt te talen, hoogst zelden als zoekresultaat zal worden opgehoest, eigenlijk onvindbaar wil blijven. Zou het enig in zijn soort zijn? Hoe vogel ik dat uit?

8]q21p\*df!un86> valt wel binnen Craig Dworkins definitie van ‘uncreative writing’ (in zijn voorwoord van Against Expression: An Anthology of Conceptual Writing): ‘more graphic than semantic, more a physically event than a disembodied or transparent medium for referential communication, [a work] fundamentally opposed to ideologies of expression.’ Schrijven dus, dat louter naar zichzelf refereert.

Dit in zichzelf gekeerde blog is van geen enkel gebruik, is een demonstratie van nutteloosheid die glans krijgt in haar uiterlijke kenmerken, details. Bij nadere bestudering valt op dat de berichten de laatste jaren steeds op hetzelfde tijdstip zijn geplaatst, om 08:00 uur. Ook blijkt het blog niet helemaal onleesbaar; naast de machinetaal wordt het Engels gebezigd. Het profiel onthult dat ‘machine’ ook nog korte tijd twee andere blogs heeft bijgehouden, waarvan er eentje Spaans als voertaal kent. Als je op 8]q21p\*df!un86> op een bericht wil reageren, dien je te bewijzen dat je een mens bent:

Please prove you’re not a robot / Type the text:

Mijn grootste ontdekking tijdens de gezellige Nacht van de Poëzie gisteren waren de notitieboekjes van about-blanks.com. Dit bedrijf recyclet tweedehands boeken door de originele kaft van een nieuw, blanco binnenwerk te voorzien. Elk notitieboekje is uniek. Wat een geweldig initiatief! Ik wist voor € 15 Dichtwerken “door Nic. Beets” te scoren.

Ik heb de afgelopen maanden heel langzaam, paragraaf voor paragraaf, Wilhelm Schmids Handboek voor de levenskunst gelezen, dat ik leen van een vriend. Het heeft me geholpen om weer samenhangen aan te brengen en perspectieven te zien. Mooi vind ik Schmids gedachte dat verhalen ‘beschermen tegen de afgrondelijke ervaring van zinloosheid.’ Misschien komt hieruit mijn schrijverschap wel voort, mijn poëzie, dit blog, dat ook nog eens voor een autobiografisch raamwerk zorgt. Ik heb het korte laatste hoofdstuk, dat o.a. over de dood handelt, bewust ongelezen gelaten. Ik heb nog te veel andere dingen te doen.
'De behoefte aan zin is verzadigd, als alles in elkaar grijpt, of als je dat zo ervaart.'
Daarna het Stanza fonds gepakt om vanavond acte de présence te geven op de 32e Nacht van de Poëzie. Ik heb voor enkele liefhebbers nog enkele exemplaren kunnen opduiken van mijn uitverkochte bundel Aan een ster/ she argued (Stanza, 2009), die Frank Keizer onlangs nog opnam in zijn persoonlijke top vijf en door Samuel Vriezen tot zijn favoriete bundel van 2009 werd verkozen. Over de Nacht schreef ik vorig jaar nog een gedicht dat is opgenomen in Mijn poëzie (Stanza, 2014):
Het spijt me
dat ik er morgenavond niet bij kan zijn. Dat ik dacht dat de Nacht van de Poëzie een consumptief onderonsje is. En poëzie iets anders dan een emotioneel feestje met een duidelijke verhaallijn. Hoi oprechte en authentieke personen, vergeef me. Dit warhoofd. Dat ooit toegankelijkheid door elkaar haalde met vlees en bloed, en ritme en rijm met fragmentatie, collage, serialiteit, dwangmatigheid en ordinair jatten. En natuurlijk is poëzie geen methode om onderzoek te doen naar cultuur en maatschappij of een instrument om politiek mee te bedrijven. In gedichten spreekt het hart. En niets anders dan het hart. Rikketik. R-ikke-tik.

Ik heb de afgelopen maanden heel langzaam, paragraaf voor paragraaf, Wilhelm Schmids Handboek voor de levenskunst gelezen, dat ik leen van een vriend. Het heeft me geholpen om weer samenhangen aan te brengen en perspectieven te zien. Mooi vind ik Schmids gedachte dat verhalen ‘beschermen tegen de afgrondelijke ervaring van zinloosheid.’ Misschien komt hieruit mijn schrijverschap wel voort, mijn poëzie, dit blog, dat ook nog eens voor een autobiografisch raamwerk zorgt. Ik heb het korte laatste hoofdstuk, dat o.a. over de dood handelt, bewust ongelezen gelaten. Ik heb nog te veel andere dingen te doen.

'De behoefte aan zin is verzadigd, als alles in elkaar grijpt, of als je dat zo ervaart.'

Daarna het Stanza fonds gepakt om vanavond acte de présence te geven op de 32e Nacht van de Poëzie. Ik heb voor enkele liefhebbers nog enkele exemplaren kunnen opduiken van mijn uitverkochte bundel Aan een ster/ she argued (Stanza, 2009), die Frank Keizer onlangs nog opnam in zijn persoonlijke top vijf en door Samuel Vriezen tot zijn favoriete bundel van 2009 werd verkozen. Over de Nacht schreef ik vorig jaar nog een gedicht dat is opgenomen in Mijn poëzie (Stanza, 2014):

Het spijt me

dat ik er morgenavond niet bij kan zijn. Dat ik dacht dat de Nacht van de Poëzie een consumptief onderonsje is. En poëzie iets anders dan een emotioneel feestje met een duidelijke verhaallijn. Hoi oprechte en authentieke personen, vergeef me. Dit warhoofd. Dat ooit toegankelijkheid door elkaar haalde met vlees en bloed, en ritme en rijm met fragmentatie, collage, serialiteit, dwangmatigheid en ordinair jatten. En natuurlijk is poëzie geen methode om onderzoek te doen naar cultuur en maatschappij of een instrument om politiek mee te bedrijven. In gedichten spreekt het hart. En niets anders dan het hart. Rikketik. R-ikke-tik.
Wat mij van Daniel Tiffany’s essay Cheap Signaling: Class conflict and diction in avant-garde poetry is bijgebleven is ‘the new kitsch’, niet zozeer als wapen in de nieuwe klassenstrijd, maar als richting waarin een aantal dichters zich vandaag de dag ontwikkelt. Tiffany typeert deze trend kortweg als ‘mash-ups of diction’.
'The poetic procedures of sampling and appropriation—notable instruments of Flarf—are essentially ways of importing into poetry a new spectrum of non-poetic (and controversial) diction.'
Ook in ons taalgebied experimenteren dichters met dictie. In Midlife Motivator (Stanza, 2012) beproeft Mark van der Schaaf de gebruikelijke uitdrukkingswijze in liefdesromannetjes door te kiezen voor een mannelijk vertelperspectief, ‘a verbal trap luring the reader into a disorienting space of indulgence, alienation, and critique—into “the poisonous candy factory” (to borrow a phrase from Jack Spicer) of poetic diction.’ Het resultaat is hilarisch en ontluisterend tegelijkertijd.
Ik word mij bewust van de warmte
van mijn grote lichaam, van de zachte stof
van mijn jas en van mijn aftershave
die naar sandelhout ruikt.
Wie kan deze overrompelende esthetiek
ontkennen? Alleen als ik de zonnige kant
van alles zie en blind ben voor moeilijkheden
kan ik niet doeltreffend strijden
voor de uitvoering van de taken van de liefde.
Ik moet begrijpen dat de ideologische omvormingen
een langdurig, geduldig en nauwgezet werk
meebrengt. Overreding, niet dwang
is de enige manier om mijzelf te overtuigen.
In mijn onderbuik voel ik nu een diep verlangen.
Ik ben even fleurig als de kleurrijke schilderijen
en ik kan de stroom aan sensuele beelden niet
tegenhouden. Voor mij is het nooit genoeg.
Ik heb een harde matrijs, denkt u
zoals die beroemde acteur, maar ik krijg
dagelijks een overdosis Viagra.
Maar Tiffany’s bewering dat je hiermee ‘de “permanente catastrofe” van het moderne kapitalisme bestrijdt’ komt me voor als stoerlingentaal.

Wat mij van Daniel Tiffany’s essay Cheap Signaling: Class conflict and diction in avant-garde poetry is bijgebleven is ‘the new kitsch’, niet zozeer als wapen in de nieuwe klassenstrijd, maar als richting waarin een aantal dichters zich vandaag de dag ontwikkelt. Tiffany typeert deze trend kortweg als ‘mash-ups of diction’.

'The poetic procedures of sampling and appropriation—notable instruments of Flarf—are essentially ways of importing into poetry a new spectrum of non-poetic (and controversial) diction.'

Ook in ons taalgebied experimenteren dichters met dictie. In Midlife Motivator (Stanza, 2012) beproeft Mark van der Schaaf de gebruikelijke uitdrukkingswijze in liefdesromannetjes door te kiezen voor een mannelijk vertelperspectief, ‘a verbal trap luring the reader into a disorienting space of indulgence, alienation, and critique—into “the poisonous candy factory” (to borrow a phrase from Jack Spicer) of poetic diction.’ Het resultaat is hilarisch en ontluisterend tegelijkertijd.

Ik word mij bewust van de warmte
van mijn grote lichaam, van de zachte stof
van mijn jas en van mijn aftershave
die naar sandelhout ruikt.

Wie kan deze overrompelende esthetiek
ontkennen? Alleen als ik de zonnige kant
van alles zie en blind ben voor moeilijkheden
kan ik niet doeltreffend strijden
voor de uitvoering van de taken van de liefde.

Ik moet begrijpen dat de ideologische omvormingen
een langdurig, geduldig en nauwgezet werk
meebrengt. Overreding, niet dwang
is de enige manier om mijzelf te overtuigen.

In mijn onderbuik voel ik nu een diep verlangen.
Ik ben even fleurig als de kleurrijke schilderijen
en ik kan de stroom aan sensuele beelden niet
tegenhouden. Voor mij is het nooit genoeg.

Ik heb een harde matrijs, denkt u
zoals die beroemde acteur, maar ik krijg
dagelijks een overdosis Viagra.

Maar Tiffany’s bewering dat je hiermee ‘de “permanente catastrofe” van het moderne kapitalisme bestrijdt’ komt me voor als stoerlingentaal.

Ik wandelde vandaag langs Het Bureau.

Ik wandelde vandaag langs Het Bureau.

Cheap Signaling | Boston Review

'The ostensible submission by these young poets to the jingles and formulae of mass culture masks a form of resistance—a new “face” of the avant-garde—that is inscrutable, ambiguous, complicit, indirect.'

Aangename post na al dat bezwaarschriftengeploeter.

Aangename post na al dat bezwaarschriftengeploeter.

Bij terugkomst afgelopen zaterdagavond van onze vijftiendaagse vakantie constateerden we:

(1) dat iemand heeft getracht in onze auto in te breken, waarbij een portierslot werd vernield (inbraakpoging mislukt maar auto niet langer toegankelijk, alle deuren op slot, waardoor hij ook niet kon worden verzet),

(2) dat de plek waarop onze auto stond tijdens onze vakantie tot een invalidenparkeerplaats is bestempeld (vorige week werd het bord geplaatst) en

(3) dat er een parkeerbon onder de ruitenwisser zat.

Ik heb zondag de inbraakschade digitaal bij onze verzekeringsmaatschappij gemeld. Toen ik vanochtend verdere acties tot (schade)herstel wilde ondernemen bleek de auto net na zevenen door de gemeente te zijn weggesleept. Kosten € 373. Met het betalingsbewijs kreeg ik ook nog een folder mee waarin de bezwaarregeling wordt uitgelegd.

Poëzie is een strijd tegen de beheksing van de taal door ons verstand.
Ton van ‘t Hof